
Openbaring 21:1
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
Voor de rechtvaardigen wacht een bijzonder mooie toekomst. Het nieuwe lichaam zal zijn als dat van de opgestane Christus. Fysiek en geestelijk. Niet gebonden aan de natuurwetten en toch deel van de nieuwe fysieke hemel en aarde zijn. Eten en drinken, sport, wetenschap, kunst, muziek. Cultuur en Natuur zullen enorme belevenissen zijn.
Boven dit alles: alle kinderen Gods zullen een heerlijke woning hebben in het Hemelse Jeruzalem.
Jezus beloofde dat reeds tijdens zijn aardse bestaan:
Johannes 14:2 'In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben. '
Het 'Huis' van mijn Vader is het Hemelse Jeruzalem! Een stad van 2000x2000 km in het vierkant. Zo groot als geheel Europa.
De nieuwe aarde zal dus veel groter zijn dan de oude. Een geweldig mooie plek. Het meest bijzondere is in feite dat de mensen uiteindelijk niet in de hemel zullen wonen maar dat God verhuist naar de nieuwe aarde!
En de rechtvaardigen zullen met Hem in de stad bij Hem wonen tot in eeuwigheid, een geweldig feest!
2 Petrus 3:13 Wij verwachten echter naar zijn belofte
nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.
En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem,

Het hemelse Jeruzalem
"Laten wij blij zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt" (Op.19:7).
"En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem,
neerdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is" (Op.21:2).
INLEIDING
Toen Johannes in de geest werd weggevoerd "op een grote en hoge berg", zag hij de heilige stad Jeruzalem aan het neerkomen uit de hemel van God (Op.21:10). "Ze had de heerlijkheid van God en haar licht leek op een zeer kostbaar gesteente, als van een kristalheldere diamant" (Op.21:11). De beschrijving gaat elk menselijk voorstellingsvermogen te boven: fundamenten versierd met edelstenen (Op.21:19), "iedere poort was één parel" (Op.21:21), "haar muur was diamant en de stad zuiver goud, als zuiver glas" (Op.21:18).
De stad wordt het nieuwe Jeruzalem genoemd. Waarom nieuw? Waarom is er geen nieuw Damascus of Hebron? Omdat Jeruzalem bekend stond onder de naam "Stad van de grote Koning" (Ps.48:2, Mat.5:35). Het woord "nieuw" duidt in de bijbel op hemels. Johannes beschrijft geen aardse stad, maar de stad die uit de hemel neerdaalt van God en waarin alles dus nieuw is, van de hemelse orde (Op.21.1).
Een andere benaming voor deze stad is de bruid (Op.21:9-10). Johannes zag de bruid van Christus in haar uiteindelijke volmaaktheid. In dit boekje willen wij enkele aspecten van deze heerlijke stad belichten aan de hand van Openbaring 21 en 22.
HAAR HEERLIJKHEID
We beginnen met een verbazingwekkend gegeven: zij heeft de heerlijkheid van God (Op.21:11). Wat betekent dat?
De letterlijke betekenis van het Hebreeuwse woord voor heerlijkheid (kabod) is gewicht. In de ogen van de mensen had iemands heerlijkheid te maken met zijn gewichtigheid of zijn bezit. Jakob's kabod was zijn rijkdom (Gen.31:1). De kabod van de Assyriërs was hun militaire kracht (Jes.8:7). Jozef's kabod was zijn positie als onderkoning van Egypte (Gen.45:13).
De kabod van God is Zijn liefde, Zijn wijsheid, Zijn kennis, Zijn rechtvaardigheid, Zijn waarheid, Zijn macht, enz. enz. Al deze geestelijke "gewichtigheden" samen vormen de heerlijkheid van God. Wat overweldigend, dat Johannes zegt, dat het nieuwe Jeruzalem de heerlijkheid van God heeft!
God roept "de bruid, de vrouw van het Lam" "tot Zijn heerlijkheid" (Op.21:9, 1Thes.2:12). Dat is dezelfde heerlijkheid die onze Heer Jezus had (2Thes.2:14). En die zegt weer: "De heerlijkheid, die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven" (Joh.17:22) en: "Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn heerlijkheid te aanschouwen, die U Mij gegeven hebt" (Joh.17:24). Op aarde is de bruid nu nog aan het veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid (2Cor.3:18). Maar wanneer zij vanuit de hemel neerdaalt, heeft zij de volle heerlijkheid van God (Op.21:11).
HAAR LICHT
Alle heiligen samen vormen die nieuwe stad, die "de zon en de maan niet nodig heeft, omdat de heerlijkheid van God haar verlicht" (Op.21:23). De Heer is haar licht (Ps.27:1), een licht dat "lijkt op een kristalheldere diamant" (Op.21:11).
Licht is in de bijbel een symbool van waarheid (zie b.v. Ps.43:3). Als haar licht lijkt op een kristalheldere diamant, betekent dat, dat het nieuwe Jeruzalem vervuld is van zuivere waarheid (Op.21:11). Zij heeft zich de weg laten wijzen tot de volle waarheid (Joh.16:13).
In het nieuwe Jeruzalem heeft Gods licht helderheid gebracht over de aard van alle dingen. Het is er volle dag (Spr.4:18). Daar ziet men niet meer "door een donker glas, in raadselen", verduisterd door natuurlijk denken naar de letter van de Schrift, "maar van aangezicht tot aangezicht" (1Cor.13:12, letterlijk). Alles is "als kristalheldere diamant" (Op.21:11). Alle leringen en schaduwen zijn geweken voor het licht van de Almachtige. Alle opvattingen over God en Zijn heerlijkheid zijn weggesmolten bij "het aanschouwen van de liefelijkheid van de Heer in Zijn tempel" (Ps.27:4).
Maar de heerlijkheid Gods is niet alleen licht voor de bruid: het wordt het licht voor ieder mens (Joh.1:9). Het leven in het Woord "is het licht der mensen" (Joh.1:4). Het zal schijnen "tot het einde der aarde" (Jes.49:6b). In verband hiermee zegt Jezus tot Zijn discipelen: "En jullie zijn het licht van de wereld. Deze stad op Sion kan niet verborgen blijven" (Mat.5:14). Johannes zag haar voleinding. Hij zag haar neerdalen uit de hemel van God en hij zag ook, dat "de volken bij haar licht zullen wandelen" (Op.21:24).
DE TENT VAN GOD
"Zie, de tent (tabernakel) van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen. Zij zullen Zijn volken zijn; Hij Zelf zal bij hen zijn" (Op.21:3).
Laten we het nieuwe Jeruzalem eens vergelijken met de tabernakel van het oude testament, die Mozes in de woestijn had opgericht. Daar kwam men binnen in de voorhof, waar men alles zag bij het licht van zon en maan. In het heilige deden priesters dienst bij het licht van de gouden kandelaar. Maar in het heilige der heiligen was het enige licht de shekinah (=de heerlijkheid van God).
We lezen, dat in het nieuwe Jeruzalem geen licht van de zon of van een kandelaar nodig is, want de heerlijkheid van God is haar licht en het Lam is er de lamp (Op.21:23, 22:5). Toebereidingen in de voorhof en het heilige zijn niet meer nodig. Gods doel met de bruid is bereikt.
Van de tabernakel had alleen het heilige der heiligen de vorm van een kubus (10x10x10 el). De enige andere kubus die in de bijbel wordt beschreven is het nieuwe Jeruzalem. Haar lengte en haar breedte en haar hoogte zijn gelijk (Op.21:16). Vierkant spreekt van volmaaktheid, een kubus van volheid. De boodschap is duidelijk. In de voorhof leren we de heerlijkheid van de hemelse stad niet kennen. Ook niet in het heilige. Alleen wie het Lam nóg verder volgt, komt uiteindelijk waar het Lam is: in het heilige der heiligen.
En in dat heilige der heiligen "zal niets onreins binnenkomen, niemand, die de leugen doet, maar alleen wie geschreven zijn in het boek des levens van het Lam" (Op.21:27). Alleen wie zich laat veranderen naar Zijn beeld, wordt deel van deze kubus. Wie door de Heilige Geest tot nieuw leven is verwekt, sterft aan zijn oude ik, krijgt deel aan de goddelijke natuur en komt tot volmaakte reinheid, wijsheid, kennis en liefde (2Petr.1:4). Deze nieuwe toestand van volmaaktheid en volheid is de Heilige Stad! Het is de openbaring van de volheid van de Christus in Zijn bruid. Onveranderden blijven buiten totdat ook zij willen veranderen, want "in haar zal niets onreins binnenkomen". Dat kan men van Babel, die andere "stad", niet zeggen! Zij is juist een schuilplaats van allerlei onreinheid (Op.18:2-3).
Jeruzalem blijkt gigantische afmetingen te hebben: een kubus van 12.000 stadiën hoog (één stadie=231 el). "En hij mat de stad: 12.000 stadiën lang, breed en hoog" (Op.21:16). Het heilige der heiligen van de tabernakel was een kubus van maar 10 el hoog, het nieuwe Jeruzalem van maar liefst 2.772.000 el! Wie er de voorkeur aan geeft, de bijbel aards en natuurlijk te blijven interpreteren, moet proberen zich een stad voor te stellen van ongeveer acht miljard kubieke kilometer.
Waar we vooral op moeten letten is de betekenis van het getal 12.000. Het getal 12 verwijst naar geroepen zijn tot koninklijk priesterschap. Er zijn 12 stammen, 12 apostelen, 12 fundamenten en 12 poorten van het hemelse Jeruzalem, 12x12x10x10x10 eerstelingen voor God en voor het Lam. De Heer heeft ons geleerd om in alle details van de bijbel heenwijzingen te zien naar geestelijke realiteiten. Ook dus in getallen. Zij hebben alle een symbolische betekenis.
Maar nu de ware afmeting van de hemelse stad. Die is niet te bepalen in meters en kilometers, maar is "de maat van de wasdom der volheid van Christus", "de maat van volle kennis van de Zoon" (Ef.4:13). Wie dat bereiken, zijn het licht van de wereld (Mat.5:14). God zegt van hen: "Ik stel u tot een licht der volken, opdat Mijn heil kan reiken tot het einde der aarde" (Jes.49:6). Dan breken, naar Zijn belofte, de tijden van de wederoprichting (=herstel) van alle dingen aan (Hand.3:21).
VERSIERD VOOR HAAR MAN
Wij leven nu nog in een tijd van toebereiding, in de "voorhof", of in het "heilige". Onze hoop reikt echter verder, "tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan" (Hebr.6:19). Johannes zag de stad geheel "toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is" (Op.21:2, St.Vert), in "blinkend en smetteloos fijn linnen" (Op.19:7-8).
Het Griekse woord voor versieren is kosmeo (vgl. cosmetica). De bruid wordt voor Christus in elk opzicht mooi gemaakt. Zij groeit "in liefde in elk opzicht naar Hem toe" (Ef.4:15).
Het van kosmeo afgeleide zelfstandig naamwoord is kosmos, wat letterlijk betekent: ordening, rangschikking. Het is in de Nederlandse vertalingen doorgaans vertaald door wereld. De basisbetekenis van kosmos hangt nauw samen met kosmeo: de kosmos zal geordend worden, mooi gemaakt. Er komt een nieuwe orde! Alles wordt nieuw!
Dat kan niet gebeuren buiten de bruidegom om (=de volheid van Christus in de zonen). Maar ook niet zonder de bruid (=de volheid van Christus in de Gemeente). Doordat zij met Christus huwt, krijgt zij Zijn naam (=wezen). Dan zijn ze één en vullen elkaar in alles aan. Vandaar, dat in háár de levensrivier stroomt uit de troon (Op.22:1). En dat er "midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier het geboomte des levens staat" (Op.22:2). Zij straalt de heerlijkheid van God uit (Op.21:11). Vanuit haar is iets nieuws te horen, wat nooit eerder is vernomen: "De Geest (van Christus=gezalfde) en de bruid zeggen: Kom!" (Op.22:17).
Tot nog toe zijn alleen de Zijnen genodigd om te komen. Maar nu nodigen de Geest en de bruid alle volken en stammen en natiën en talen om te komen tot het herstel van alle dingen (Hand.3:21). En zij zullen komen (Op.21:26). De twaalf poorten van de stad zullen nooit "gesloten worden, want er zal geen nacht meer zijn" (Op.21:25). Alles zal worden hersteld (Hand.3:21). Allen zullen worden genezen (Op.22:2).
HAAR MUREN
"En zij had een grote en hoge muur. En hij, die met mij sprak, had een gouden meetstok, om de stad op te meten, en haar poorten en haar muur. En hij mat haar muur op: 144 el, mensenmaat die engelenmaat is. En de bouwstof van haar muur was diamant" (Op.21:12,15-18).
Volgens deze verzen ligt er om de 2000 kilometer hoge stad een muur van 144 el hoog. Stadsmuren dienden vroeger als bescherming tegen vijanden. Is dat hier ook zo? Nee, nu is er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. De poorten in de muur hoeven niet meer dicht voor vijanden. Wat betekent deze muur dan?
Elke natuurlijke interpretatie van deze prachtige symbolen zet ons op het verkeerde been. We moeten ze geestelijk verstaan. De muren van het hemelse Jeruzalem zijn geestelijke muren. Er staat: "Wij hebben een sterke stad met heil als muren" (Jes.26:1). "Van geweld zal in uw land niet meer gehoord worden; u zult uw muren heil noemen en uw poorten lof" (Jes.60:18). "Ik Zelf, luidt het woord van de Heer, zal een vurige muur zijn om haar heen en heerlijkheid binnen in haar" (Zach.2:5). "De naam van de Heer is een sterke toren" (letterlijk: een ommuurde plaats, Spr.18:10). De muur van het nieuwe Jeruzalem is God, Zijn redding, Zijn heil.
De hoogte van de muur wordt nadrukkelijk genoemd: "Honderd vierenveertig el, mensenmaat die engelenmaat is" (Op.21 :17). Over de betekenis van het getal 12 hebben wij het al gehad. "Mensenmaat, die engelenmaat is". 12x12. We zien dat in het leven van Jezus: Zoon des mensen met in Zich goddelijk-koninklijk priesterschap. Hij had macht over alle vlees (Joh.17:2). 12x12 is de maat van de mens, die naar Gods beeld is geschapen in gerechtigheid en heiligheid, "de maat van de wasdom der volheid van Christus" (Ef.4:13). Wie die maat bereikt, is een levende steen van "diamant" in de "muur" van Zijn heil.
"Als de Heer de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter" (Ps.127:1). De Heer is de bewaarder van het nieuwe Jeruzalem. Deze muren van heil hebben niets te maken met bescherming van voorganger, ouderling of oudste, van gemeente, samenkomst of organisatie, van regels, wetten of leringen. Hemels Jeruzalem, "de Heer is uw bewaarder!" (Ps.121:3-5). Hij is uw muur! (Zach.2:5).
Wie een ommuurde stad nadert, ziet de muur al van ver. Wie de tabernakel naderde, zag al op afstand de blinkende omheining van het witte linnen. Wie oog krijgt voor het nieuwe Jeruzalem, begint Gods geweldige heil en Zijn heerlijkheid te ontwaren. Wat een muren! Wat een heil! De ganse schepping ziet er naar uit en wacht op de "heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden" (Rom.8:18-19). De muren van heil roepen: "O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en u die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk" (Jes.55:1). "En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet" (Op.22:17).
Muren zijn er ook voor uitsluiting. Alles wat verontreinigt, wordt buitengesloten (Op.21:27). Niemand kan de stad Gods binnenkomen, als Christus nog niet zijn leven is (vgl. Col.3:4). Alleen wie zich heeft losgemaakt van de gruwelen van Babylon en van de vleespotten van Egypte kan door de poorten binnengaan:
Want "wie mag de berg van de Heer beklimmen?
Wie mag staan in Zijn heilige stad?
Die rein is van handen en zuiver van hart.
Die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert.
Die zal van de Heer een zegen wegdragen,
gerechtigheid van de God zijns heils (Ps.24:3-6).
DE POORTEN
"En zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op de poorten geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen van de kinderen Israëls" (Op.21:12-13).
"En haar poorten zullen nooit gesloten worden des daags, want daar zal geen nacht zijn; en de heerlijkheid en de eer der volken zullen in haar gebracht worden" (Op.21:25-26).
Het is onbegrijpelijk, dat zo veel gelovigen openbaring toepassen op natuurlijke dingen en niet op geestelijke, eeuwige realiteiten. Jesaja verhief symboliek al tot geestelijke realiteit: "U zult uw muren heil noemen en uw poorten lof" (Jes.60:18). Het nieuwe Jeruzalem is dan ook geen stad met stenen muren en houten poorten. Heil en lof komen niet tot stand door dood materiaal.
Er zijn 12 poorten, 12 "aloude ingangen" (vgl.Ps.24:7-10). Weer 12, het getal van koninklijk priesterschap. Uw poorten? Lof! Als de Heilige Geest in ons regeert, wordt ons leven één lofprijzing. Zo was het leven van Jezus, die in alles door de wil van de Vader werd beheerst. Zijn leven was één en al lofprijs. Hij verheerlijkte Hem in alles wat Hij zei en wat Hij deed. Als de meesten van ons aan lofprijzing denken, denken ze aan zang- en aanbiddingsdiensten, maar ware lofprijzing stijgt daar boven uit. Het zou ons leven moeten zijn, waardoor anderen ook willen ingaan.
Hoe vind je die poorten? De weg erheen kan geen "roofvogel" kennen, een "gier" niet zien en "trotse dieren" als "leeuwen" niet vinden (Job 28:7). Maar voor wie het van de Heer verwacht, zal er "een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt (=Jezus, Joh.14:6). Geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn. Reizigers noch dwazen zullen erop dolen. Daar zal geen leeuw zijn en geen verscheurend dier zal daarop komen; zij worden daar niet gevonden. Maar de verlosten wandelen daarop" (Jes.35:8-9). Alleen door de genadige wijsheid van Gods Geest wordt de toegang tot de hemelse stad gevonden.
Op de poorten waren twaalf engelen (Op.21:12). Het Griekse woord voor engel is angelos: boodschapper. De poorten verkondigen Gods boodschap, die overeenkomt met de betekenissen van de namen, die erop geschreven staan (Op.21:12). Die namen zijn de twaalf namen van de stammen van Israël (Op.21:12). Op grond van dit feit geloven velen, dat de natuurlijke nakomelingen van Jakob (bij Lea, Bilha, Zilpa en Rachel) de bruid van Christus zullen zijn.
Maar het boek Openbaring spreekt symbolische taal. Symbolen wijzen naar geestelijke realiteiten, maar zijn niet de realiteit zelf. De stad Gods, die Johannes zag, was geen aardse stad, maar een symbool voor een volk. De poorten zijn geen poorten van ijzer, maar zijn "aloude ingangen", die "hun hoofden omhoog moeten heffen", "opdat de Koning der ere inga" (Ps.24:7). De rivier van water des levens is niet een aardse rivier, maar de eeuwige stroom van Gods levendmakende Geest. De muur is niet die van het aardse Jeruzalem in het Midden Oosten: zij is het geweldige heil in het leven van Gods kinderen. De troon is niet een gouden stoel boven de wolken, maar een symbool van Gods universele autoriteit. En als wij lezen van de namen van de twaalf stammen van de kinderen Israëls op de poorten van de stad van God, zijn dat niet met letters geschreven namen van de stammen van het natuurlijke Israël. Dan zou men het symbool tot realiteit verheffen. Symbolen verwijzen naar innerlijke, geestelijke realiteiten. De heilige Stad is een hemelse realiteit. Zij is niet van de oude, maar van de nieuwe schepping.
De namen van de twaalf stammen op de poorten ontsluieren, hoe men het nieuwe Jeruzalem kan binnenkomen. We zullen enkele namen eens bekijken met behulp van het "Bijbels Woordenboek" van A. Huizinga.
Ruben (raoh=zien, ben=zoon) betekent "Zie een zoon". Wie de Geest van zoonschap in zich laat werken, heeft een poort gevonden tot het nieuwe Jeruzalem.
De tweede stam is Simeon (samoa=horen) en betekent "horende", "verhoring". "Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt" (Op.2:7). "Het geloof is uit het horen" (Rom.10:17). Het "horen van het levende Woord" is een poort tot de heerlijkheid Gods.
Levi (lavoh=aanhangen) betekent "aanhechting", "gezelschap". "Die zich aan de Here hecht, is één geest met Hem" (1Cor.6:17). Dat is het principe van in Hem blijven. "Ik ben de wijnstok, jullie de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in Hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kun je niets doen" (Joh.15:5). "Levi" kent de Heer als "de schuilplaats van de Allerhoogste", als "zijn toevlucht" (Ps.91).
De vierde stam is Juda (jadoh=loven, prijzen, danken) en betekent "dankende". Zij zullen niet alleen "God voortdurend een lofoffer brengen" (Hebr.13:15), maar vooral "Hem zijn tot een volk, tot een roem, een lof en een sieraad" (Jer.13:11).
De vijfde stam, Zebulon (zabol=wonen), betekent "woning". "In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen" (Joh.14:2). "Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen" (Joh.14:23), "opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben" (Joh.14:3).
Issaschar betekent "Er is loon" en duidt op de voltooiing van de nieuwe mens. Wie "in Jeruzalem" is, is Christus' loon. "Zie, uw heil komt; zie, Zijn loon is bij Hem. En men zal hen noemen: Het Heilige Volk, De Verlosten Van de Heer. U zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad" (Jes.62:12). "Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij" (Op.22:12).
Alle namen van de stammen, ook die van Gad (=geluk, volgens sommigen: ziener), Aser (=gelukzalige), Nafthali (=worsteling), Efraïm (=vruchtbaar), Manasse (=die vergeten doet) en Benjamin (zoon van mijn rechterhand) laten "ingangen" zien van het nieuwe Jeruzalem.
De naam van één stam is echter verdwenen (vgl. Op.7:1-8): die van Dan. In plaats van Dan (=rechter, oordeler) is Manasse (=die vergeten doet) gekomen. In de hemelse stad wordt niet meer geoordeeld. Het is de bruid nu "gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden", met "de rechtvaardige daden der heiligen" (Op.19:8). Voor haar is het oordeel (=scheiding van goed en kwaad) een proces, dat voorgoed achter haar ligt (vgl. 1Petr.4:17). Dan (=oordeler) is niet één van de poorten van het hemelse Jeruzalem.
Niet de hemelstad, maar Babel en alle doden worden geoordeeld (Op.19:2, 20:12). Allen worden "geoordeeld, een ieder naar zijn werken" (Op.20:13), opdat "alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader!" (Fil.2:11). Het oordeel heeft dus heil tot doel. God beoogt correctie met Zijn gerichten, om ook hen in te lijven in Zijn stad. Vandaar dat de zegen van Jakob voor zijn zoon Dan luidde: "Dan zal zijn volk richten. Moge hij een slang op de weg zijn, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw heil wacht ik, o Here" (Gen.49:18).
De heilige Stad heeft dus twaalf poorten, drie aan iedere kant (Op.21:13). Iedere poort is één grote parel: "En de twaalf poorten waren twaalf paarlen: iedere poort afzonderlijk was uit één parel" (Op.21:21). Waarom een parel? Wat is bijvoorbeeld de kostbare parel in Jezus' gelijkenis? Hij zei: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koopman, die mooie parels zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die" (Mat.13:45-46).
En wie is de koopman? Velen denken, dat het de zondaar is die de Heiland zoekt. Maar wat heeft een zondaar te verkopen? De oude mens in Adam heeft alleen maar gebrek, zonde, duisternis, dood! Een pas bekeerde en in het denken nog niet vernieuwde gelovige heeft alleen maar "hout, stro en stoppelen" te verkopen. Nee. Christus is de koopman! De kostbare parel is de Gemeente! Niet het aardse Babylon, dat zich gemeente noemt, maar de ekklesia in Geest en Waarheid, waarvan alle leden "van boven" zijn.
De Heer Jezus verkocht voor Zijn Bruid alles wat Hij had. Hij heeft Zichzelf voor haar volkomen ontledigd (Fil.2:6-8). Hij verkocht alles om haar. En wat zegt Paulus? "Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus Zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de Gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel, zodat zij heilig is en onbesmet" (Ef.5:25-27). De kostbare parel is de éne, heilige, algemene, christelijke ekklesia. Zij is "de bruid, die voor haar man versierd is" (Op.21:2). Zij is de vrouw van het Lam (Op.19:7), de koningin des hemels, de hemelse Stad Gods. Deze bruid was voor de Heer Jezus zo fascinerend en kostbaar, dat Hij alles wat Hij had, opgaf om haar te huwen.
Het is uiterst leerzaam om na te gaan, hoe parels ontstaan. Soms komt er een zandkorrel of een stukje schelp ongewenst in een oesterschelp terecht. Als dat in het dier vasthaakt, begint het te irriteren. Meteen komt er een genezingsreactie op gang: ze begint een stof af te scheiden om de irritatie te bedekken. Het is maar een dun laagje verzachtend slijm, dat maar even helpt. Want steeds als het weer verhardt tot parelmoer, veroorzaakt het nieuwe pijn. Dan wordt er opnieuw een verzachtend laagje aangebracht. Zo groeit een parel. Het duurt jaren voordat er één ontstaat ter grootte van een erwt.
De grootste parel, die ooit is gevonden (dat was bij de Filippijnen), was grillig van vorm en ongeveer zo groot als een hoofd. De geschatte waarde is tientallen miljoenen euro's. Wat overweldigend en duizelingwekkend, als we nu lezen, dat van het hemelse Jeruzalem "iedere poort afzonderlijk één parel is" (Op.21:21), terwijl de muur 144 el hoog is (Op.21:17).
Parels worden dus in oesters (uiterlijk bepaald geen schoonheden) gevormd tijdens een lang lijdensproces. Ze groeien in de diepten van de zee. De geestelijke les is duidelijk. In een oester ontstaat de parel door iets wat uitermate irriteert. In het leven van de overwinnende christen is dat het kruis. Het kruis ervaren wij als iets dat pijn doet. Om een parel te vormen, moet de stroom van Gods genezende genade vloeien uit onze geest, die één is met de Heilige Geest. Zo wordt het leven van de nieuwe schepping gevormd in ons binnenste, door de kruisiging van ons ik-leven en door de "parelmoerstroom" van Zijn genade.
Een parel kan dus niet gevormd worden zonder lijden. Van de Heer Jezus wordt gezegd, dat God Hem "door lijden heen zou volmaken" (Hebr.2:10). Het Griekse woord voor lijden is hier pathema en betekent: "wat men heeft ondergaan", zoals ontberingen, pijn. Iets verder lezen wij, dat "Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij heeft geleden" (Hebr.5:8). Hier staat het Grieks pascho, wat betekent "een gevoel ervaren". Dus door alle bittere ervaringen, die de Heer Jezus moest doormaken, werd Hij toebereid en vervolmaakt voor Zijn grote taak als geestelijke Hogepriester en Koning der koningen.
Maar daar blijft het niet bij. De Heer Jezus is de Weg. Hij heeft ons, vooral wat het lijden betreft, een voorbeeld nagelaten (1Petr.2:21). De Heer Jezus is ook een teken (Jes.7:14). Hij staat model voor de andere zonen, die God "tevoren gekend heeft en tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van Zijn Zoon" (Rom.8:29). Ze gaan allemaal dezelfde Weg. Ze worden door lijden heen volmaakt en leren gehoorzaamheid in alles wat zij doormaken. Zo worden zij toebereid voor hun taak in het hemelse Jeruzalem, dat zal nederdalen uit de hemel.
Parels waren in de oudheid een uiterst kostbaar bezit. Door hun zacht glanzende kleur werden ze beschouwd als een symbool van vrouwelijke schoonheid. "En de twaalf poorten waren twaalf paarlen: iedere poort afzonderlijk was uit één parel" (Op.21:21). Zij was "getooid als een bruid, die voor haar man versierd is" (Op.21:2).
We zien hier de volmaakte schoonheid van de bruid van het Lam. Ze is volwassen geworden en toebereid, vervolmaakt en versierd voor haar man met kostelijke parels. Wij zien alle vrouwelijke eigenschappen van God in een volk geopenbaard. Wat een stad! Ziet u er al iets van? Net zoals Abraham?
DE FUNDAMENTEN
"En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen des Lams" (Op.21:14).
"En de fundamenten van de muur der stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was diamant, het tweede lazuursteen, het derde robijn, het vierde smaragd, het vijfde sardonyx, het zesde sardius, het zevende topaas, het achtste beril, het negende chrysoliet, het tiende chrysopraas, het elfde saffier, het twaalfde amethist" (Op.21:19-20).
Ook de beschrijving van de fundamenten van de muur is vol symboliek. Ons wordt verteld, dat de twaalf apostelen van het Lam de fundamenten van de stad zijn. Dit feit alleen al toont overduidelijk aan, dat de Heilige Geest dit nieuwe Jeruzalem nooit heeft bedoeld als een natuurlijke stad. Mensen, de "twaalf" apostelen van het Lam, zijn er de fundamenten. Ook Paulus spreekt daarover: "Zo bent ook u geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is. In Hem groeit elk bouwwerk, goed ineen sluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in Wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest" (Ef.2:19-22). "Gods bouwwerk bent u" (1Cor.3:9). Mensen vormen de heilige stad, die God heeft ontworpen.
Er zijn twaalf fundamenten. Geen afzonderlijke fundamenten, die ieder een bepaald gedeelte van de stad dragen, in de zin van "Ik ben van Paulus! En ik van Apollos! Ik van Petrus! En ik van Christus!" (1Cor.1:12). Zij geven met elkaar perfecte steun aan het geheel. Johannes ziet, dat de fundamenten "met allerlei edelgesteente zijn versierd". Ze liggen niet "in de aarde", maar ze liggen geestelijk zichtbaar onder de hemelse stad van het Koninkrijk der hemelen.
Wat moet het heerlijk zijn om van een stad de fundamenten van edelsteen te zien fonkelen! Het zien van één steen is al adembenemend. Maar toch is een edelsteen, hoe prachtig ook, niets zonder licht. Ze fonkelen alleen als er licht op valt van een lichtbron. Zo is het ook met ieder kind van God en met de genadegaven, die hem ten deel zijn gevallen. Alleen bij de Lichtbron blijkt, wie wij eigenlijk zijn. Hoe verder van het Licht, hoe zwakker de fonkeling.
De lichtbron die op de stenen schijnt in het nieuwe Jeruzalem is niet de zon, de maan of een halogeenlamp. Het is de heerlijkheid van God die door het Lam schijnt (Op.21:23). Niet één steen overheerst in schoonheid: "Geworteld en gegrond in de liefde, zult u samen met alle heiligen in staat zijn de liefde van Christus te kennen, die alle kennis te boven gaat" (Ef.3:17-18). De bruid, met alle kleurnuances en fonkelingen van haar edelgesteente, straalt dan ook alle mogelijke facetten uit van de heerlijkheid van God in Christus.
Verder lezen we, dat de fundamenten de namen van de twaalf apostelen van het Lam dragen (Op.21:14). Weet u de betekenis van het getal 12 nog?. Ook de namen van de apostelen hebben ongetwijfeld te maken met fundamentele, geestelijke principes wat betreft het Koninkrijk der hemelen.
De bruid is dus "gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is" (Ef.2:20). Jezus is de hoeksteen. In alles moet Hij de basis zijn van wat in ons leven wordt opgericht. "Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester van onze belijdenis, Jezus" (Hebr.3:1).
Het woord apostel is afgeleid van het Griekse woord apostolos. Het betekent gezondene. Sommige van Jezus' discipelen werden al apostelen genoemd: "Hij riep Zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde" (Luc.6:13). In het boek Openbaring worden ze "de twaalf apostelen van het Lam" genoemd (Op.21:14). Zij hadden de Heer Jezus gevolgd en werden door Hem gezonden "als schapen onder wolven" (Mat.10:16). "Zoals U Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld" (Joh.17:18). Deze twaalf werden gezonden tot de Joodse "wereld" (Hand.1:15-26, Gal.2:8).
Later zou de Heer apostelen sturen van een andere orde. Toen Hij was "opgevaren naar den hoge, gaf Hij gaven aan de mensen en Hij heeft apostelen gegeven" (Ef.4:7-11). Deze apostelen werden niet door het Lam van God tijdens Zijn aardse leven uitgezonden. Zij worden gezonden door de opgestane Heer "om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus"(Ef.4:11-12). In de eerste gemeenten waren dat bijvoorbeeld Barnabas en Paulus (Hand.14:4), Sylvanus en Timótheüs (1Thes.2:6), Andronicus en Junias (Rom.16:7).
Ook in onze tijd zendt de Heer "zowel apostelen als profeten, evangelisten, herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus" (Ef.4:11-12), volgens Paulus "totdat wij allen de eenheid van de volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de volle groei in Christus" (Ef.4:13).
Wat houdt de bediening van een apostel dan in? Het kenmerk is, dat hij door God gezonden is met een bijzondere opdracht. Als iemand doet, wat anderen al jaren vóór hem hebben gedaan in binnen- of buitenland, kan men niet echt van een apostolische bediening spreken. Mozes was een apostel: God zond hem om Zijn volk uit Egypte te leiden. De Heer Jezus was een apostel, met als opdracht de gehele wet te vervullen en de zonde te veroordelen in het vlees. Apostelen leiden Gods volk dus verder naar nieuwe stadia, in rechte sporen, om Zijns naams wil (Ps.23:3).
DE STRAAT
"De straat van de stad was zuiver goud, als doorschijnend glas" (Op.21:21).
In de bijbel is goud een symbool van de goddelijke natuur. Goud wordt nooit dof. Het is een edelmetaal. Het goddelijke kan op geen enkele wijze worden ontluisterd.
Straten zijn er om op te lopen. De straat van de stad spreekt dan ook van levenswandel. Het feit dat deze straat van "zuiver goud is ("24" karaats), als doorschijnend glas", toont ons, dat ieder in het nieuwe Jeruzalem volkomen wandelt "in nieuwheid des levens" (Rom.6:4), "in de waarheid" (1Joh.1:6) als "kinderen van het licht" (Ef.5:8). Ieder heeft deel aan de goddelijke natuur gekregen en is ontkomen aan het verderf (2Pet.1:4). Ieder wandelt er in "heiligheid en reinheid Gods" (2Cor.1:12).
Wie nu in nieuwheid wandelt, ervaart nu reeds deze nieuwe paradijselijke toestand (Op.2:7). Hij is met zijn geest in het hemelse Jeruzalem, net zoals de Heer Jezus. Die kon tijdens Zijn aardse wandel zeggen: "Ik ben van boven" (Joh.8:23). God heeft dan "ook ons mede levend gemaakt met Christus en heeft ons mede opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelse gewesten" (Ef.2:5-7).
De hemel is dus geen locatie, maar een toestand. Ons ware hemelse leven "is verborgen met Christus in God" (Col.3:3). Wie dat kent, is in het nieuwe Jeruzalem. Hij is een levende steen in de stad Gods. Paulus wist dat en gaf alles op, "om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding om zelf ook te komen tot de opstanding vanuit de doden" (Fil.3:10-11) en om nieuw te leven op aarde (Rom.6:4).
In het nieuwe Jeruzalem kent ieder dus de opstandingswandel van Christus. Hoe wandelde de opgestane Heer? Hoe wandelt de Heer nu? Na Zijn




Fundament
van de stad
is van divers
edelgesteente.